Vaardigheden Hi-Dive 3

1. Zwemmen (zonder basisuitrusting)

  • A. 100 m schoolslag. Op elke baan van 25 m een bordje opduiken vanaf tenminste 2 m diepte
  • B. 10 m aaneengesloten onder water zwemmen.

2. Snorkelen (met basisuitrusting)

  • A. Met rechtstandige sprong voorwaarts te water gaan, onmiddellijk gevolgd door 100 m snorkelen. Op elke baan van 25 m een hoekduik maken en aansluitend op 2 m diepte de bodem aantikken.
  • B. Op een diepte van tenminste 2 m de duikbril met water vol laten lopen en vervolgens 1 x leegblazen. Met leeggeblazen duikbril op het gelaat aan de oppervlakte komen, waarbij de handen niet aan de duikbril mogen zijn.
  • C. 25 m buddy-breathing. Verklaring: aan de oppervlakte van het water dienen 2 kandidaten zich snorkelend voort te bewegen, waarbij 1 snorkel wordt gebruikt; beiden dienen het gelaat onder water te houden; uitsluitend door de snorkel in- en uitademen
  • D. Over een afstand van 25 m de buddy (drenkeling) in kopgreep vervoeren, nadat vooraf bij de buddy, al watertrappelend, de snorkel uit de mond is genomen en de duikbril van het gelaat is verwijderd (neus en mond moeten vrij zijn).
  • E. Al watertrappelend gedurende 1 minuut het gelaat van de buddy boven water houden, nadat vooraf bij de buddy, al watertrappelend, de snorkel uit de mond is genomen en de duikbril van het gelaat is verwijderd  (neus en mond moeten vrij zijn).

3. Behendigheid (met basisuitrusting)

  • A. Aan de oppervlakte in het water een rol achterover maken
  • B. Onderwater de uiteinden van een lijn met een lengte van 1 m en een diameter vantenminste 5 mm aan elkaar knopen. Hierbij dient het gehele lichaam onderwater te zijn.
  • C. 25 m snorkelen zonder van een duikbril gebruik te maken. Het gelaat dient onder water te blijven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *