Eisen jeugdduiken
1 Het examen
1.1 Theorie
De kandidaat dient kennis te hebben van de eisen die gesteld worden aan en de werking, beperkingen en onderhoud van die uitrustingsstukken, die in het zwembad worden gebruikt. Hij dient dit aan de hand van de apparatuur in eigen woorden te kunnen uitleggen en te verklaren en in sommige gevallen voor te kunnen doen.
1.2 Praktijk Perslucht diploma A
1. De kandidaat dient zowel de eigen duikuitrusting als die van de mededuiker te controleren aan de hand van de NOB-controlelijst. Hij dient gesignaleerde onvolkomenheden te melden aan de examinator. De controle van de duikuitrusting van de mededuiker dient beperkt te worden tot het controleren op aanwezigheid en juiste werking van de uitrustingsstukken. De kandidaat dient de betekenis te kennen van drie door de examinator getoonde handsignalen.
Uitrusting:
- Zwemkleding, het gebuik van isothermische kleding is toegestaan;
- basisuitrusting, de snorkel is los van de duikbril;
- er wordt geen loodgordel gebruikt;
- persluchtset.
2. De kandidaat dient samen met de mededuiker, startend vanaf een vast punt aan de kant in het water, 50 m aaneengesloten te snorkelen met gebruiksklare apparatuur. Het buddysysteem mag hierbij niet worden verbroken.
3. Aansluitend dient de kandidaat op een teken van de examinator samen met de mededuiker als buddypaar onder water te gaan en aaneengesloten 50 m onder water te zwemmen, gebruikmakend van de eigen ademautomaat.
4. De kandidaat dient met zijn mededuiker op de bodem van het zwembad te blijven en op een teken van de examinator de duikbril af te zetten, aansluitend 50 m onder water te zwemmen, waarbij de mededuiker met duikbril hem begeleidt. Na een correcte opstijging gaat het buddypaar opnieuw naar beneden. Op een teken van de examinator worden de rollen omgedraaid.
NB: Hierna wordt correct opgestegen. Het buddysysteem mag niet verbroken worden, men mag niet tussentijds boven komen en er mogen ook geen pauzes worden ingelast.
5. Op een teken van de examinator dient de kandidaat met de mededuiker vanaf een vast punt aan de kant onder water 50 m ononderbroken af te leggen, waarbij beide duikers samen uit één ademautomaat ademen (C4). Na 25 m dient de andere ademautomaat (van de mededuiker) in gebruik genomen te worden. Nadat de vereiste afstand is afgelegd, dient de kandidaat met zijn mededuiker op te stijgen, draaiend om de lengte-as en een arm boven het hoofd houdend.
NB: het is noodzakelijk hier nauwkeurig te observeren wie van het buddypaar eventuele problemen veroorzaakt.
6. Op een teken van de examinator dient de kandidaat samen met de mededuiker onder water te gaan, de persluchtset los te maken en vast te houden tot de mededuiker ook zover is, dan de persluchtset op de bodem leggen en gezamenlijk uitademend opstijgen. Hierna moet hij op een teken van de examinator naar beneden gaan, de persluchtset opnieuw omdoen, zijn mededuiker controleren en gezamenlijk opstijgen.
NB: verbreken van het buddysysteem en niet volledig aangekleed boven komen, alsmede het elkaar vergeten te controleren of hulp nodig hebben is niet toegestaan. De examinator wijst een van beide duikers aan de rol van drenkeling te simuleren.
7. De kandidaat dient de drenkeling met de zijgreep omhoog te brengen en aansluitend, het hoofd van de drenkeling boven water houdend, naar de kant te brengen via de kortste weg. Een van de armen van de drenkeling dient op een zodanige wijze aangereikt te worden aan de kant, dat helpers hem uit het water kunnen halen.
1.3 Praktijk Perslucht diploma B
1. De kandidaat dient de eigen duikuitrusting en de uitrusting van de mededuiker te controleren aan de hand van de NOB-controlelijst. Hij dient gesignaleerde onvolkomenheden te melden aan de examinator. De controle van de duikuitrusting van de mededuiker dient beperkt te worden tot het controleren op aanwezigheid en juiste werking van de uitrustingsstukken. Hij dient de noodprocedures door te nemen.
Uitrusting:
- Zwemkleding, het gebruik van isothermische kleding is toegestaan;
- basisuitrusting, de snorkel is los van de duikbril;
- er wordt geen loodgordel gebruikt;
- persluchtset.
2. De kandidaat dient tegelijk met de mededuiker op commando een sprong voorwaarts (commandosprong, C6) van de kant te maken, gevolgd door 50 m snorkelen en 50 m zwemmen op de rug.
3. Vanaf de zwembadrand dient de kandidaat samen met de mededuiker, ademend uit de eigen ademautomaat, 50 m onder water te zwemmen.
4. De kandidaat dient op de bodem van het zwembad te blijven. Op een teken van de examinator neemt hij de ademautomaat uit de mond en plaatst de duikbril op het voorhoofd. Vervolgens brengt hij de duikbril weer in zijn normale positie voor de ogen en de neus en dient hij de duikbril leeg te blazen (C7). Na het leegblazen dient de ademautomaat weer in de mond genomen te worden en op een teken van de examinator opgestegen te worden.
5. De kandidaat dient met een geblindeerde duikbril, onder leiding van een niet geblindeerde mededuiker, 50meter onder water af te leggen en daarna op correcte wijze op te stijgen.
6. De kandidaat dient zonder duikbril samen met de mededuiker onder water te gaan. Op een diepte van tenminste 2 meter dienen beiden de duikset af te leggen en buddypaarsgewijs op te stijgen. Op een teken van de examinator gaat de kandidaat met zijn mededuiker weer naar beneden waar beiden de duikset weer omdoen. Beide duikers dienen elkaar te controleren en vervolgens correct op te stijgen. De examinator wijst een van beide duikers aan de rol van drenkeling te simuleren.
7. De drenkeling begeeft zich in het diepe gedeelte van het bad naar de bodem. Hij gaat voorover op de bodem liggen, niet verder dan 2 meter van de korte kant en wacht op de redder. Deze staat aan de andere kant in het ondiepe gedeelte van het bad en zwemt zo snel mogelijk aan de oppervlakte naar de plaats van de drenkeling. Daar maakt hij een hoekduik, doet de fles van de drenkeling af en brengt hem in de zijgreep naar boven. Zonder het hoofd van de drenkeling onder water te laten gaan, brengt hij daarna de drenkeling in de duwgreep naar de overkant van het bad. Een van de armen van de drenkeling dient op zodanige wijze aangereikt te worden aan de kant, dat helpers hem uit het water kunnen halen.
